Nieuws

Het btw tarief voor renovatiewerken aan privé woningen wordt opgetrokken van 6% naar 21% vanaf 01/01/2016

De renovatie van woningen, die hoofdzakelijk voor privé doeleinden worden gebruikt en die ouder zijn dan 5 jaar, is momenteel onderworpen aan het lage BTW-tarief van 6%.  Dit is een regel die vrij algemeen gekend is. (Eigenlijk is de algemene regel 15 jaar indien de kostprijs van de materialen (in de verbouwingen) een beduidend deel van de verbouwingskost vertegenwoordigen, in de praktijk gaat dit om de levering van verwarmingsketels in appartementsgebouwen en de bestanddelen van liftinstallaties).

Vanaf 1/1/2016 wordt deze ouderdomsvereiste van de woning opgetrokken van 5 jaar naar 10 jaar

  • GEVOLG: woningen die voor het eerst in gebruik zijn genomen in 2007, 2008, 2009 of 2010 zouden uit de boot vallen.

De regering heeft echter voorzien in een OVERGANGSREGELING voor de woningen die voor het eerst in gebruik werden genomen tijdens bovenstaande jaren.

Hoe ziet deze ‘overgangsregeling’ er uit :

Eigenaars van dergelijke woningen kunnen toch nog werken aan hun woning laten uitvoeren aan het 6% BTW tarief wanneer volgende voorwaarden zijn voldaan :

1) Men moet een concrete overeenkomst met de aannemer hebben, ttz. een, gedetailleerde beschrijving van de werken, en dit  uiterlijk op 31/12/2015 (algemene overeenkomst of offerte is onvoldoende):

Het vastleggen van deze datum kan via :

  • vaste dagtekening (o.a. bij registratiekantoor of hoofdinhoud opnemen in authentieke (notariële) akte);
  • kopie overeenkomst bezorgen bij btw-controlekantoor via aangetekend schrijven uiterlijk op 31/12/2015; (BTW controle is immers maar open tot en met 24 december 2015

2) Indien een stedenbouwkundige vergunning vereist is : aanvraag uiterlijk op 31/12/2015 indienen (ontvangstbewijs uitgereikt door gemeente, aangetekende verzending of via digitale indiening);

3) Indien enkel stedenbouwkundige meldingsplicht nodig is : meldingsformulier uiterlijk op 31/12/2015 indienen (ontvangstbewijs uitgereikt door gemeente, aangetekende verzending of via digitale indiening);


LET OP : Alle facturen mbt deze werken moeten uiterlijk op 31/12/2017 door de aannemers worden uitgereikt.

AAN ALLE AANNEMERS DIE WERKEN IN ONROERENDE STAAT AAN PRIVE WONINGEN VERRICHTEN :

Vanaf 01/01/2016 dient 21% BTW aangerekend te worden wat betreft werken in onroerende staat aan privé woningen, tenzij ze ouder zijn dan 10 jaar of van bovenstaande overgangsregeling kunnen genieten.

Vergeet zeker niet de BTW-attesten in deze zin aan te passen !!!

Liquidatiereserve: retroactieve uitbreiding naar aanslagjaar 2013 en 2014

Zoals u reeds te kennen werd gegeven, bedraagt de liquidatiebonus 25% i.p.v. 10% sedert 01 oktober 2014.

De interne vereffening (art. 537 WIB) bood hierop een tussenoplossing, door de goedgekeurde winsten per 31.03.2013 in te brengen in het kapitaal aan een verschuldigde roerende voorheffing van 10%.  Deze kunnen later (wachttermijn van 4 jaar (KMO) en 8 jaar (geen KMO)) belastingvrij uitgekeerd worden.

De verhoging van de liquidatiebonus zorgde evenwel terecht voor veel protest.  Om aan dit protest tegemoet te komen, werd een nieuwe wet ingevoerd.  Vanaf aanslagjaar 2015 kunnen KMO’s een deel of de gehele boekhoudkundige winst na belasting van het boekjaar reserveren op een aparte passiefrekening, de zogenaamde liquidatiereserve.  Hierop is wel onmiddellijk, supplementair en samen met de gewone vennootschapsbelasting een afzonderlijke belasting van 10% verschuldigd.  Wanneer de vennootschap later wordt ontbonden, keren die aangelegde reserves belastingvrij terug naar de aandeelhouder.  Wenst men de liquidatiereserve eerder uit te keren, dan is een verschuldigde RV van 15% van toepassing indien die uitkering zou plaatsvinden binnen de 5 jaar.  Wacht men 5 jaar dan is de verschuldigde RV 5%.

Evenwel bleef nog een probleem voor de winsten m.b.t. de jaren 2012 en 2013 gezien die niet (altijd) in aanmerking kwamen voor de interne vereffening en de nieuwe maatregel in voege treedt vanaf aanslagjaar 2015.

Bijgevolg is er momenteel een Programmawet die spreekt van een bijzondere liquidatiereserve.  Deze houdt in dat KMO’s de mogelijkheid krijgen om de gehele of een deel van de boekhoudkundige winst na belasting van de jaren 2013 en 2014, tegen betaling van een afzonderlijke aanslag van 10%, kunnen reserveren op de afzonderlijke passiefrekening liquidatiereserve.

Gezien de fiscale aangiftes van die betreffende jaren reeds geruime tijd buiten zijn, zal de betaling én aanleg van de liquidatiereserve gebeuren als volgt:

  • Men krijgt tijd tot 30.11.2015 w.b. betaling van de afzonderlijke aanslag van 10% m.b.t. boekhoudkundige winst na belasting verbonden aan aanslagjaar 2013.  Men zal ook in dat boekjaar van betaling de desbetreffende liquidatiereserve aanleggen
  • Men krijgt tijd tot 30.11.2016 w.b. betaling van de afzonderlijke aanslag van 10% m.b.t. boekhoudkundige winst na belasting verbonden aan aanslagjaar 2014.  Men zal ook in dat boekjaar van betaling de desbetreffende liquidatiereserve aanleggen

De boekhoudkundige winst na belasting kan men terugvinden via de publicatiejaarrekening onder de code 9905.

Dit alles zal gebeuren via een afzonderlijke aangifteformulier, waarvan op heden het model nog niet gekend is. 

M.b.t. de voorwaarde van KMO, moet men voor de bijzondere liquidatiereserve gaan kijken naar het desbetreffende jaar.  Is men in 2015 geen KMO, doch wel in 2013, dan is de bijzondere liquidatiereserve mogelijk voor 2013.

W.b. de vijfjarige wachttermijn voor de uitkering van een bijzondere liquidatiereserve aan 5% RV, vangt deze aan op het einde van het belastbaar tijdperk waarin de betaling én aanleg van de bijzondere liquidatiereserve plaatsvond.